Thermische zettingen bij (grote) gebouwen

Alle gebouwen groot of klein hebben te maken met een differentiële thermische zetting tussen winter en zomer. De thermische krimp van beton is 1/100 mm / Lm /°C (De hygrometrische uitzetting van bakstenen εr < 0,1mm/m); dit wil zeggen dat krimpscheuren pas definitief kunnen hersteld of geëvalueerd worden na een (strenge) winter. Een gebouw van 20 Lm zal tussen zomer en winter een theoretische, thermische zetting ondergaan van 20 x 0,01 x 50 = 10 mm. Een deel van de krimp wordt door de bouwmaterialen zelf opgevangen, een deel zal zich vertalen in het “werken” van haarscheutjes. Bij een groter gebouw zullen uitzetvoegen het gebouw “doorsnijden” om extreme trekkrachten, door thermische krimp, op te vangen. Een aansluitingsvoeg van een aanbouw zal zich anders vertalen dan een massief gebouw. De eindevaluatie van (haar) scheurtjes kunnen dus pas correct beoordeeld worden na een strenge winter. Ook reeds gedichte lekken in grote betonnen constructies kunnen terug opentrekken tijdens of na een strenge winter. Hiermee kan je best rekening houden om geen tweede maal langs de kassa te passeren.

hoe kunnen we helpen?

Heb je geen antwoord op je vragen gevonden?

Vragen over dit onderwerp?